Blog

Indianentrauma

Luca is negen. En een half. Negeneneenhalf. Dat betekent welbeschouwd bijna-tiener. Oftewel puber. Zoveel tijd krijgen we niet, mijn man en ik, want Luca is al begonnen met puberen. Of prepuberen. Geef het een naam, het blijft enerverend…

Een grote mond, weigeren (in mijn ogen) leuke kleding te dragen, draaiend voor de spiegel: ‘mam, wanneer krijg ik tieten?’(waar heeft ze dat woord opgepikt?!), dansen en playbacken met de muziek hard aan. ‘Hij staat niet hard, zeur niet!’. Maar ik vind muziek, die je vanaf de zolder twee verdiepingen lager kunt horen, hard. Ik heb haar helaas nog niet kunnen overtuigen.

Dan op een dag is het zover. Terwijl manlief en ik aan de koffie zitten, gaat de deur open met een: tadaaaaa!!!! Ik schrik me een hoedje. Het is alsof er een indiaan binnenkomt. En niet zo maar eentje, neehee een indiaan op oorlogspad. ‘Wat vind je ervan mam?’. ‘Ik kan zien, dat je je best gedaan hebt’, beantwoord ik naar waarheid. Ze heeft haar best gedaan. Een flinke laag rood op en naast haar lippen. Een fluorescerend blauw op haar oogleden en omstreken. Knalroze rondjes op haar wangen als in de tekenfilms. Maar de klap op de vuurpijl zijn toch wel haar enorm met donkerbruin aangezette wenkbrauwen. ‘Ik vind het ook mooi!’, roept ze blij. Ik schrik even; heb ik dat gezegd? Nee toch? Ik kijk mijn man aan, die zegt niets. Die heeft het te druk met zijn lachen in te houden terwijl hij zijn hoofd wegdraait. Wat kan ik nu zeggen, schiet het door me heen. En dan opeens herinner ik me een moment uit mijn jeugd (ik denk dat ik negen was…) waarop een van mijn tantes mij lachend ‘indiaantje’ noemde. Ik voelde me opgelaten, beschaamd. Dat de ondertoon niet overwegend positief was, voelde ik wel aan. Ik rende naar de badkamer om daar het blauw (totaal niet mijn kleur besef ik nu) van mijn ogen te halen. Wat niet lukte, omdat het van dat ranzige opmaakpoppenspul was. De rood geboende ogen daarna maakten het er niet beter op…

Uitlachen of een flauwe opmerking is nu niet op zijn plaats. Alhoewel ik eerlijk moet zeggen, dat het best verleidelijk is. Ik benoem wat ik zie; ‘je hebt lippenspul gebruikt, oogschaduw en blush op je wangen. Je hebt er echt je best op gedaan’. Luca glimt van trots. Ondertussen heb ik klotsende oksels. Hoe leg ik uit dat minder meer is en dat die strepen ‘not done’ zijn. Tact is het sleutelwoord. Niet mijn sterkste kant, maar ik waag een poging. ‘Luca, alles wat je gebruikt hebt, past goed bij jou. Alleen zou ik het iets minder doen en zonder de strepen op je wenkbrauwen. Jouw wenkbrauwen zijn al heel mooi van zichzelf’. Ik wacht de reactie af. Luca luistert aandachtig en blijft staan. Ze kijkt zelfs nog trotser. En dan komt de vraag: ‘Wil jij me dan laten zien hoe het moet, mam?’ Ik smelt. ‘Goed en dan mag je mijn make up gebruiken’. Dat is vast een toezegging waar ik later spijt van krijg, maar wat voel ik me vereerd…

Eveline Ruitenberg 
www.neiki.nl