Blog

Sociaal (on)veilig?

In de auto van school naar huis vertelt mijn dochter dat ze vrienden is. Met Jan. Jan vindt het moeilijk op school, heeft regelmatig ruzie, daagt andere kinderen uit. Hij ‘luistert niet’ volgens velen (maar ziet, voelt en hoort ondertussen alles), is heel gevoelig en slim. Niet iedereen op school begrijpt hem. Misschien is het zelfs: iedereen op school begrijpt hem niet. Als iemand een vriend kan gebruiken, is hij het wel. Maar ja, dat is makkelijker gezegd, dan gedaan. Mijn dochter heeft deze taak op zich genomen. ‘Ik ben vrienden geworden met Jan en nou hebben we afgesproken, dat ik het tegen hem zeg als hij over de lijn streept of te ver gaat en dat hij dan naar mij luistert.’ Taalkundig is hier vast van alles aan te verbeteren, maar wat betreft naastenliefde weinig. Volgende week hebben ze een speelafspraak.

 

Mijn zoon die achterin zit, luistert en zegt: ‘Sander kan ook wel een vriend gebruiken. Ik praat nu vaak stom over hem, maar toch wil ik best zijn vriend zijn om hem te helpen!’ Ook Sander heeft het moeilijk op school en heeft weinig vrienden. Het blijft een tijdje stil achterin. ‘Maar weet je mama, ik denk dat ik het toch niet doe, want dan gaat Dave mij plagen, want die vindt Sander stom. Dave is heel sterk en hij doet al zo vaak boos.’ Angst, onzekerheid en erbij willen horen, maar ook de wil goed te doen, zijn hart volgen. Er woedt een flinke strijd.

 

Ik hoor het allemaal aan. Tja, wat kun je daar als moeder nou mee? Ik juich zijn warme hart toe, zijn onzekerheid begrijp ik ook. Ik vertel hem dat het zijn keus is en dat hij een voorbeeld voor anderen kan zijn, maar het gevoel van sociale onveiligheid kan ik niet wegnemen. Vanuit de auto heb ik makkelijk praten; ik zit geen 6 ½ uur per dag in zijn klas.

 

Gelukkig zijn er deze week oudergesprekken op school. Wel tien hele minuten. Daar zal ik de sociale verhoudingen in de klas benoemen. In sneltreinvaart. Maar tot nu toe een gemiste kans voor het nieuwe buddy-schap. Stand sociale veiligheid vs sociale onveiligheid: 0-1.

 

Twee dagen later kom ik de moeder van Jan tegen. Jan is blij: hij heeft een vriend, die hem helpt! En het werkt. Op school luistert Jan als mijn dochter zegt dat hij nu beter kan stoppen of het anders kan doen. Hij is rustiger en plaagt minder. Hij voelt zich gezien. Hij heeft een vriend. Mijn dochter is blij met de nieuwe vriendschap. Stand sociale veiligheid vs sociale onveiligheid: 1-1. En we zetten door. Ik kan de overwinning al ruiken.

 

Door: Eveline Ruitenberg www.neiki.nl